STATUTEN
Vereniging voor Sport en Recht
per 12 december 2005

STATUTEN
NAAM EN ZETEL
Artikel 1
1. De vereniging draagt de naam: Vereniging voor Sport en Recht.
2. Zij heeft haar zetel in de gemeente Utrecht.
INRICHTING
Artikel 2
1. Organen van de vereniging zijn: het bestuur en de algemene vergadering,
alsmede alle overige personen en commissies die krachtens de statuten door de
algemene vergadering belast zijn met een nader omschreven taak en aan wie
daarbij door de algemene vergadering beslissingsbevoegdheid is toegekend.
2. De organen van de vereniging als bedoeld in lid 1 bezitten geen
rechtspersoonlijkheid.
DUUR EN BOEKJAAR
Artikel 3
1. De vereniging is opgericht op achttien november negentienhonderd eenen-
negentig. Zij is aangegaan voor onbepaalde tijd.
2. Het boekjaar van de vereniging loopt van één juli tot en met dertig juni van ieder
jaar.
DOEL
Artikel 4
1. De vereniging heeft tot doel de bevordering van de rechtswetenschap alsmede de
bevordering van de kwaliteit van rechtstoepassing voor zover in verband staand
met de sport, in de ruimste zin des woords en zulks zowel in nationaal als in
internationaal verband.
2. De vereniging tracht dit doel onder meer te bereiken door:

a. het (doen) houden van lezingen en het (doen) organiseren van congressen op
het gebied van sport en recht, in de ruimste zin des woords;

b. de aansluiting van de vereniging bij internationale organisaties die een doel
als dat van de vereniging nastreven.
LEDEN EN ASPIRANT-LEDEN
Artikel 5
1. De vereniging kent leden en aspirant-leden.
2. Leden zijn natuurlijke personen, die op hun verzoek als lid door het bestuur zijn
toegelaten.
3. Men kan slechts als lid worden toegelaten indien men aan een Nederlandse
universiteit in de zin van de Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs of aan de
Open Universiteit, zoals geregeld in de Wet op de Open Universiteit

a. met goed gevolg de masteropleiding Nederlands recht heeft afgesloten, die
toegankelijk is voor diegenen, die aan enige Nederlandse Universiteit met
goed gevolg een bachelorsexamen Nederlands recht dan wel een
bachelorsexamen notarieel recht of een masterexamen Notarieel recht of een
1



doctoraal examen Notarieel recht hebben afgelegd.

b. in het verleden heeft verkregen de graad van meester in de rechten of
doctorandus in de rechten (vrije studierichting).
4. Tevens is toelating mogelijk van:

a. diegenen die aan een buitenlandse universiteit of hogeschool een
soortgelijke graad hebben gehaald als hiervoor in lid 3 genoemd;

b. personen die weliswaar niet voldoen aan de in de leden 2 en 3 voor het
lidmaatschap onderscheidenlijk het aspirant lidmaatschap gestelde eisen,
maar die vanwege hun maatschappelijke positie, ervaring of anderszins naar
het oordeel van het bestuur affiniteit hebben met de doelstelling van de
vereniging.
5. a. Aspirant-leden zijn natuurlijke personen die op hun verzoek als zodanig
door het bestuur zijn toegelaten.

b. Men kan slechts als aspirant-lid worden toegelaten indien men met het oog
op de verkrijging van een in lid 4 bedoelde graad ingeschreven is aan een
onderwijsinstelling als hiervoor genoemd.

c. Aspirant-leden hebben geen andere rechten dan die welke hen uitdrukkelijk
bij de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging zijn toegekend.
6. In geval van niet-toelating van een natuurlijk persoon tot het lidmaatschap door
het bestuur kan op verzoek van de betrokkene alsnog door de eerstvolgend
plaatsvindende algemene vergadering tot toelating worden besloten.
7. In geval van niet toelating van een natuurlijk persoon als aspirant-lid door het
bestuur is geen beroep van de betrokkene op de algemene vergadering mogelijk.
8. Op voorstel van het bestuur kan de algemene vergadering een lid wegens zijn
bijzondere verdiensten voor de vereniging het predicaat "ere-lid" verlenen.
VERPLICHTINGEN
Artikel 6
1. De leden en aspirant-leden zijn verplicht:

a. de statuten en reglementen van de vereniging, alsmede de besluiten van de
organen na te leven;

b. de belangen van de vereniging niet te schaden;
2. Een lid of aspirant-lid kan de toepasselijkheid van een besluit waarbij andere
verplichtingen dan van geldelijke aard zijn verzwaard, met inachtneming van het
bepaalde in artikel 8 lid 4, door opzegging van het lidmaatschap met
onmiddellijke ingang te zijnen opzichte uitsluiten.
3. a. Door de vereniging kunnen in naam van de leden geen verplichtingen
worden aangegaan, dan nadat het bestuur daartoe door de algemene
vergadering vertegenwoordigingsbevoegd is verklaard.

b. In naam van de aspirant-leden kan de vereniging geen verplichtingen
aangaan.
GELDMIDDELEN
Artikel 7
1. De geldmiddelen van de vereniging bestaan uit:
a.
contributies;
b.
andere
inkomsten.
2. a. De leden en aspirant-leden zijn jaarlijks gehouden tot het betalen van
2



contributie, welke door de algemene vergadering zal worden vastgesteld.


De betrokkenen kunnen daartoe in categorieën worden ingedeeld, die een
verschillende contributie betalen.

b. Wanneer het lidmaatschap in de loop van het boekjaar eindigt, blijft
niettemin de contributie voor het gehele jaar verschuldigd.
3. Ere-leden zijn vrijgesteld van de verplichting tot het betalen van contributie.
EINDE LIDMAATSCHAP
Artikel 8
1. Het lidmaatschap van leden en aspirant-leden eindigt:

a. door overlijden van het lid;

b. door opzegging door het lid;

c. door opzegging door het bestuur namens de vereniging;

d. door ontzetting (royement).
2. Opzegging namens de vereniging kan geschieden wanneer een lid of aspirant-lid
heeft opgehouden aan de vereisten voor het lidmaatschap te voldoen voor zover
deze door deze statuten worden gesteld, of wanneer hij zijn verplichtingen
jegens de vereniging niet nakomt, alsmede wanneer van de vereniging
redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
3. a. Opzegging van het lidmaatschap door het lid of het aspirant-lid of namens
de vereniging kan slechts geschieden tegen het einde van het boekjaar en
met inachtneming van een opzeggingstermijn van vier weken.

b. Een opzegging in strijd met het onder a bepaalde doet het lidmaatschap
eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum, waartegen
was opgezegd.
4. Een opzegging als bedoeld in artikel 6 lid 2 dient te geschieden binnen een
maand nadat het bedoelde besluit aan het lid of aspirant-lid is bekend geworden
of is medegedeeld.
5. a. Ontzetting (royement) kan alleen worden uitgesproken indien een lid of
aspirant-lid in ernstige mate in strijd met de statuten, reglementen en/of
besluiten van organen van de vereniging handelt, of de vereniging op
onredelijke wijze benadeelt.

b. Ontzetting (royement) kan slechts door het bestuur worden uitgesproken.

c. Nadat het bestuur tot ontzetting (royement) heeft besloten, wordt het
betrokken lid ten spoedigste door middel van een aangetekend schrijven van
het besluit, met opgave van redenen, in kennis gesteld.

d. De betrokkene is bevoegd binnen één maand na ontvangst van deze
kennisgeving in beroep te gaan bij de algemene vergadering, die in haar
eerstvolgende vergadering met meerderheid beslist. Gedurende de
beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst, met dien
verstande dat de betrokkene voor het voeren van verweer toegang heeft tot
de eerstvolgende algemene vergadering en bevoegd is aldaar het woord te
voeren.
6. Behalve ingeval van overlijden wordt een lid of aspirant-lid dat heeft opgezegd
geacht nog lid te zijn tot ten hoogste het eind van het boekjaar volgend op dat
waarin werd opgezegd, zolang hij niet heeft voldaan aan zijn geldelijke
verplichtingen ten opzichte van de vereniging, of zolang enige aangelegenheid
3



waarbij hij betrokken is niet is afgewikkeld.

Gedurende deze periode kan de betrokkene geen rechten uitoefenen, met
uitzondering van het recht om binnen de gestelde termijnen in beroep te gaan.
7. Bij opzegging van het lidmaatschap, hetzij door de vereniging, hetzij door het lid
of het aspirant-lid, is de Algemene Termijnenwet niet van toepassing.
BESTUUR
Artikel 9
1. a. Het bestuur bestaat uit ten minste vijf meerderjarige personen, die door de
algemene vergadering uit de leden worden benoemd.

b. Het aantal bestuursleden wordt vastgesteld door de algemene vergadering.

c. De voorzitter wordt in functie gekozen.

d. De functies van secretaris en penningmeester kunnen in één persoon worden
verenigd.

e. Het bestuur dient kandidaten voor de vervulling van bestuursvacatures voor
te dragen in de oproeping voor de algemene vergadering waarin de
vervulling van de vacature(s) aan de orde komt. Een dergelijke voordracht is
bindend.
2. a. Tot aan de aanvang van de algemene vergadering kunnen door ten minste
vijf leden kandidaten worden gesteld voor de functie van bestuurslid.

b. Aan de kandidaatstelling van de zijde van het bestuur kan het bindend
karakter worden ontnomen door een met ten minste twee/derde van de
uitgebrachte stemmen genomen besluit van de algemene vergadering.

c. Vindt geen kandidaatstelling plaats of besluit de algemene vergadering
overeenkomstig het onder b gestelde om aan de kandidaatstelling het
bindend karakter te ontnemen, dan is de algemene vergadering vrij in haar
keus.
3. a. Ieder bestuurslid treedt uiterlijk drie jaar na zijn benoeming af volgens een
door het bestuur op te maken rooster. Aftredende bestuursleden zijn terstond
herbenoembaar.

b. In een tussentijdse vacature wordt desgewenst zo mogelijk tijdens de
eerstvolgende algemene vergadering voorzien. Wie in een tussentijdse
vacature is benoemd, neemt op het rooster de plaats van zijn voorganger in.
4. In zijn eerste bestuursvergadering na een bestuursbenoeming verdeelt het
bestuur in onderling overleg de overige functies en stelt zij voor elk bestuurslid
diens taak vast en doet hiervan door middel van een schriftelijke kennisgeving
mededeling aan alle leden.
5. Ieder bestuurslid is tegenover de vereniging gehouden tot een behoorlijke
vervulling van de hem opgedragen taak. Indien het een aangelegenheid betreft
die tot de werkkring van twee of meer bestuursleden behoort, is ieder van hen
hoofdelijk aansprakelijk tegenover de vereniging, tenzij hij bewijst dat de
tekortkoming niet aan hem te wijten is en dat hij niet nalatig is geweest in het
treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden.
6. De algemene vergadering kan een bestuurslid als lid van het bestuur schorsen of
ontslaan indien zij daartoe termen aanwezig acht.

Voor een daartoe strekkend besluit is een meerderheid vereist van ten minste
twee/derde van de uitgebrachte geldige stemmen.
4




Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot
ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.
BESTUURSTAAK
Artikel 10
1. Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het
besturen van de vereniging.
2. Indien het aantal bestuursleden beneden vijf is gedaald, blijft het bestuur
bevoegd. Het is echter verplicht zo spoedig mogelijk een algemene vergadering
te beleggen waarin de voorziening in de open plaats of de open plaatsen (tot het
minimumaantal van vijf) aan de orde komt.
3. Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van
zijn taak te doen uitvoeren door commissies waarvan de leden door het bestuur
worden benoemd en ontslagen.
BESTUURSVERGADERING
Artikel 11
1. Tenzij het bestuur anders bepaalt, vergadert het bestuur wanneer de voorzitter of
twee andere bestuursleden dit verlangen.
2. Het bestuur kan ook buiten de vergadering besluiten nemen, indien geen
bestuurslid zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet en alle
bestuursleden aan deze besluitvorming deelnemen.
3. a. Alle besluiten, daaronder begrepen de besluiten als bedoeld in lid 2, worden
genomen met meerderheid van de uitgebrachte stemmen, mits voor wat de
in vergadering genomen besluiten betreft de meerderheid van de in functie
zijnde bestuursleden aanwezig is.

b. Blanco stemmen zijn ongeldig.
4. Over elk voorstel wordt afzonderlijk en mondeling gestemd, tenzij de voorzitter
of een bestuurslid anders wensen.
5. a. Het door de voorzitter uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van een
stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen
besluit, voor zover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd
voorstel.

b. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het onder a bedoelde
oordeel de juistheid daarvan betwist, dan wordt zo nodig het te nemen
besluit schriftelijk vastgelegd en vindt een nieuwe stemming plaats, indien
de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming
niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een bestuurslid dit verlangt. Door
deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke
stemming.
6. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een door
het bestuur aangewezen notulist notulen gemaakt, die door de voorzitter en de
notulist worden vastgesteld.
VERTEGENWOORDIGING
Artikel 12
1. De vereniging wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door:

a. hetzij het gehele bestuur;

b. hetzij twee gezamenlijk handelende bestuursleden.
5



2. Het bestuur is, mits met de voorafgaande goedkeuring van de algemene
vergadering, bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging,
vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van
overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk
medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot
zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt.

Het ontbreken van de voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering
kan door de vereniging tegen derden worden ingeroepen.
3. Bestuursleden, aan wie krachtens deze statuten
vertegenwoordigingsbevoegdheid is toegekend, oefenen deze bevoegdheid niet
uit dan nadat tevoren een bestuursbesluit is genomen, waarbij tot het aangaan
van de betrokken rechtshandeling of rechtshandelingen is besloten. Overtreding
hiervan kan noch door, noch aan de vereniging of de wederpartij worden tegen
geworpen.
REKENING EN VERANTWOORDING
Artikel 13
1. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging zodanig
aantekening te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen
kunnen worden gekend.
2. Het bestuur brengt behoudens verlenging van deze termijn door de algemene
vergadering binnen zes maanden na afloop van het boekjaar op een algemene
vergadering zijn jaarverslag uit en doet, onder overlegging van de nodige
bescheiden rekening en verantwoording over zijn in het afgelopen boekjaar
gevoerd bestuur. Bij gebreke hiervan kan, na verloop van de termijn, ieder lid
deze rekening en verantwoording in rechte van het bestuur vorderen.
3. a. Tenzij de algemene vergadering op een andere wijze in het toezicht op het
bestuur heeft voorzien, benoemt de algemene vergadering uit de leden een
kascommissie, bestaande uit twee leden en een plaatsvervangend lid die
geen deel mogen uitmaken van het bestuur.

b. De leden van de onder a bedoelde commissie worden benoemd voor de duur
van één jaar en zijn aansluitend slechts driemaal herbenoembaar.

c. De kascommissie onderzoekt de rekening en verantwoording van het
bestuur en brengt aan de algemene vergadering verslag van haar
bevindingen uit.
4. Het bestuur is verplicht aan de kascommissie alle door haar gewenste
inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en
inzage van de boeken en bescheiden van de vereniging te geven.
5. De opdracht aan de kascommissie kan te allen tijde door de algemene
vergadering worden herroepen, doch slechts door de benoeming van een andere
kascommissie.
6. Goedkeuring door de algemene vergadering van het jaarverslag en de rekening
en verantwoording strekt het bestuur tot decharge voor alle handelingen, voor
zover die uit de jaarstukken blijken.
7. Het bestuur is verplicht de bescheiden als bedoeld in de leden 1, 2 en 3, zeven
jaar lang te bewaren.
ALGEMENE VERGADERING
6



Artikel 14
1. Jaarlijks zal uiterlijk binnen zes maanden na afloop van het boekjaar een
algemene vergadering (jaarvergadering) worden gehouden.
2. De agenda van deze vergadering bevat onder meer:

a. bespreking van de notulen van de vorige algemene vergadering;

b. jaarverslag van de secretaris;

c. behandeling en vaststelling van de jaarstukken;

d. vaststelling van de contributies;

e. vaststelling van de begroting;
f.
voorziening
in
vacatures;
g.
rondvraag.
3. Voorts worden algemene vergaderingen gehouden zo dikwijls het bestuur dit
wenselijk oordeelt.
4. a. Het bestuur is op schriftelijk verzoek van ten minste een zodanig aantal
leden als bevoegd is tot het uitbrengen van één/tiende gedeelte van de
stemmen verplicht tot het bijeengeroepen van een algemene vergadering op
een termijn van niet langer dan vier weken.

b. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg is gegeven,
kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan met inachtneming
van het bepaalde in het volgende lid.
5. a. De algemene vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur, met
inachtneming van een termijn van ten minste drie weken, de dag van de
oproeping en die van de vergadering niet meegerekend.

b. De bijeenroeping geschiedt door middel van een aan alle leden en aspirant-
leden te zenden schriftelijke kennisgeving, zulks onder gelijktijdige
vermelding van de agenda.
TOEGANG EN BESLUITVORMING ALGEMENE VERGADERING
Artikel 15
1. a. Toegang tot de algemene vergadering hebben alle leden en aspirant-leden,
voor zover zij niet ten tijde van de vergadering als lid zijn geschorst.

b. De voorzitter kan tevens toegang verlenen aan andere dan de onder a
bedoelde personen.
2. a. Alleen de in lid 1 onder a bedoelde leden zijn stemgerechtigd. Zij brengen
ieder één stem uit. Aspirant-leden zijn derhalve niet stemgerechtigd.

b. Ieder stemgerechtigd lid is bevoegd zijn stem te doen uitbrengen door een
schriftelijk gemachtigd ander stemgerechtigd lid dat echter in totaal niet
meer dan twee stemmen uit kan brengen.
3. a. Tenzij anders in deze statuten is bepaald, worden besluiten genomen met
een meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen.

b. Onder meerderheid wordt verstaan meer dan de helft van de uitgebrachte
geldige stemmen.

c. Als ongeldige stemmen worden aangemerkt uitgebrachte stemmen of
stembiljetten die, naar het oordeel van de voorzitter:
1.
blanco
zijn;
2.
zijn
ondertekend;
3.
onleesbaar
zijn;
7



4.
een
persoon
niet
duidelijk aanwijzen;


5. de naam bevatten van een persoon die niet kandidaat gesteld is;


6. voor iedere vacature meer dan één naam bevatten;


7. meer bevatten dan een duidelijke aanwijzing van de persoon die is
bedoeld.
4. a. Alle stemmingen over zaken geschieden mondeling, over personen
schriftelijk, tenzij de voorzitter zonder tegenspraak uit de vergadering een
andere wijze van stemmen bepaalt of toelaat.

b. Ingeval van meerdere vacatures wordt over iedere vacature afzonderlijk
gestemd.
5. a. Indien bij een stemming over personen bij de eerste stemming niemand de
meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen heeft verkregen, wordt
een tweede stemming gehouden. Verkrijgt ook bij deze stemming niemand
de meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen, dan vindt
herstemming plaats over de personen, die het hoogste aantal stemmen
hebben verkregen.

b. Heeft slechts één persoon het hoogste aantal stemmen verkregen, dan vindt
herstemming plaats over hem en degene die het op één na hoogste aantal
stemmen heeft verkregen. Zijn er meerdere personen die het op één na
hoogste aantal stemmen hebben verkregen, dan vindt over hen eerst een
tussenstemming plaats om uit te maken wie de kandidaat wordt voor de
herstemming.

c. Zowel bij de tussenstemming als bij de herstemming(en) is hij gekozen die
de meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen heeft verkregen.
Staken bij deze stemmingen de stemmen, dan beslist het lot.
6. Indien de stemmen staken over een voorstel dat niet de benoeming van personen
betreft, is het verworpen.
7. a. Een ter vergadering door de voorzitter uitgesproken oordeel omtrent de
uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van
een genomen besluit, voor zover gestemd werd over een niet schriftelijk
vastgelegd voorstel.

b. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de
juistheid daarvan betwist, dan wordt het voorstel schriftelijk vastgelegd en
vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid van de
vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of
schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door
deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke
stemming.
BEVOEGDHEDEN ALGEMENE VERGADERING
Artikel 16
Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die
niet door de wet of door de statuten aan andere organen zijn opgedragen.
LEIDING EN NOTULERING ALGEMENE VERGADERING
Artikel 17
1. De algemene vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur.
Bij afwezigheid van de voorzitter treedt een ander door het bestuur aan te wijzen
8



bestuurslid als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap
voorzien, dan voorziet de algemene vergadering daarin zelf.
2. Van het verhandelde in elke algemene vergadering worden door de secretaris of
een door het bestuur aangewezen notulist notulen gemaakt. De notulen worden
uiterlijk bij de oproeping voor de eerstvolgende algemene vergadering ter kennis
van de leden gebracht en worden in die vergadering ter goedkeuring aan de
leden voorgelegd.
ALGEMENE REGLEMENTEN
Artikel 18
1. De algemene vergadering kan reglementen vaststellen en wijzigen, waarin de
taken en bevoegdheden van de organen nader kunnen worden geregeld.
2. De reglementen mogen niet in strijd zijn met de wet noch met de statuten.
STATUTENWIJZIGING
Artikel 19
1. De statuten kunnen slechts worden gewijzigd door een besluit van de algemene
vergadering, waartoe werd opgeroepen met de mededeling, dat aldaar wijziging
van de statuten zal worden voorgesteld, waarbij de voorgestelde wijziging
uiterlijk bij de oproeping voor de eerstvolgende algemene vergadering aan de
leden wordt voorgelegd.
2. Zij, die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een
voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten ten minste drie weken voor
de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging
woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter
inzage leggen tot na afloop van de dag, waarop de vergadering wordt gehouden.
3. Een besluit tot statutenwijziging behoeft ten minste twee/derde van de
uitgebrachte geldige stemmen.
4. a. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat van de
statutenwijziging een notariële akte is opgemaakt.

b. Ieder bestuurslid is afzonderlijk tot het doen verlijden van deze akte
bevoegd.
ONTBINDING EN VEREFFENING
Artikel 20
1. Naast de in de wet overigens genoemde gevallen, wordt de vereniging met name
ontbonden door een daartoe strekkend besluit van de algemene vergadering,
genomen met ten minste twee/derde van het aantal uitgebrachte stemmen.
2. Het bepaalde in lid 2 van artikel 19 is van overeenkomstige toepassing.
3. Indien bij het besluit tot ontbinding geen vereffenaars zijn aangewezen, dan
geschiedt de vereffening door het bestuur.
4. Een eventueel batig saldo zal niet vervallen aan degenen die ten tijde van het
besluit tot ontbinding lid zijn, maar aan een dan door de algemene vergadering
aan te wijzen doel.
5. Na de ontbinding blijft de vereniging voortbestaan voor zover dit tot vereffening
van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen
van de statuten en reglementen voor zover mogelijk van kracht. In stukken en
aankondigingen die van de vereniging uitgaan moet aan haar naam worden
toegevoegd de woorden "in liquidatie".
9